Evolutie van het drukproces

portret van César Snoeck (1834-1898)

De verzameling bladmuziek uit de bibliotheek van de Muziekacademie illustreert mooi de evolutie van het drukproces in de loop van de 19de en 20ste eeuw.

De oudste partituren tonen ons een voorbeeld van diepdruk. Deze muziek werd eerst in een koperplaat geëtst en vervolgens werden met deze koperplaat afdrukken gemaakt. In de eerste decennia van de 19de eeuw wordt de lithografie enorm populair. De honger naar beelden is groot en de lithografie laat toe om makkelijker beeld in het coverontwerp te integreren. Lithografie is een voorbeeld van vlakdruk. De tekening wordt met vet tekenmateriaal op een steen aangebracht.

In de verzameling van César Snoeck (1834-1898) vinden we heel wat mooie lithografieën van Franse kunstenaars van omstreeks 1850 terug. César Snoeck was internationaal bekend als verzamelaar van muziekinstrumenten. Zijn collectie slorpte na 1896 ook een deel van de collectie van Abel Régibo op. Na zijn dood raakte ze verspreid over Muziekinstrumentenmusea in Sint-Petersburg, Berlijn en Brussel.

Aan het einde van de 19de eeuw wordt de lithografie verdrongen door de kleurenlithografie. Ook foto’s worden nu regelmatig in het drukproces geïntegreerd door middel van fototypie.

De jongste muziekstukken in de collectie van de Muziekacademie zijn voorbeelden van zincografie. Ook dit is een vlakdruktechniek. Zij werkt volgens hetzelfde principe van afstoting van waterige stoffen door vettige stoffen, doch in plaats van met zware, moeilijk hanteerbare lithografische kalkstenen te werken, werkt men met veel lichtere en tegelijk ook goedkopere zinken platen. Typisch voor dit procédé is dat in de afbeelding een raster ontstaat.

De partituur van het liedje van de Bommels door Ephrem Delmotte is daar een voorbeeld van.

afbeelding: Portret van César Snoeck door de Duitse kunstenaar Wilhelm Rohr, gerealiseerd bij het overlijden in 1898 (Ronse, Dienst Archief en Erfgoed, R00626)

foto album 'Evolutie van het drukproces' - klik en swipe